Reflectietool voor generatieve AI in het onderwijs
Dit project heeft tot doel een online reflectietool te ontwikkelen die docenten, cursuscoördinatoren en programmacoördinatoren in de hele faculteit Geesteswetenschappen kunnen gebruiken om te reflecteren op de impact die generatieve AI heeft op het cursorische onderwijs. Uitgangspunt is generatieve AI niet binair voor te stellen als probleem of als oplossing, maar docenten hierop contextgebonden te laten reflecteren aan de hand van de constructive alignment tussen leerdoelen en toetsvormen.
Achtergrond informatie
De opkomst van generatieve AI is een overduidelijke uitdaging voor academisch onderwijs. Docenten hebben vaak maar beperkt zicht op de wijzen waarop studenten genAI gebruiken, maar vrezen wel voor de mate waarin eindtermen nog getoetst kunnen worden als de toetsen vatbaar zijn voor genAI. Er bestaat daarom een breed gedeelde behoefte aan kennis over de impact van genAI op specifieke toetsvormen en input om te reflecteren op zowel toetsvormen als leerdoelen. Dit project probeert op deze behoefte in te spelen. De uitdaging was daarbij dus tweeledig:
- Dat docenten sterk wisselende kennis hebben over generatieve AI en de manieren waarop studenten ervan gebruik maken. Weloverwogen reflecteren op de impact van GenAI kan daarom alleen met genoeg kennis. Deze tool wil daarin voorzien.
- De wetenschap dat de impact van GenAI zeker niet alleen op cursusniveau voelbaar en ‘oplosbaar’ is. Veel, misschien wel de meeste en beste, maatregelen die we als universiteit kunnen nemen om ons onderwijs ‘GenAI-weerbaar’ te maken en studenten tegelijk tot kritische gebruikers en ontwikkelaars van GenAI te maken, zullen niet op cursusniveau door individuele docenten moeten worden genomen.
Deze tool richt zich niettemin op individuele docenten en cursussen, met name omdat de meeste andere initiatieven gericht op weerbaarheid tegen GenAI zich op programmaniveau of nog hoger richten. De tool voorziet zo het beste in een bestaande behoefte.
Project omschrijving
De aanpak vertrekt vanuit het principe van constructive alignment: de wetenschap dat er geen eenduidig antwoord is op de vraag of specifieke toetsvormen nog standhouden in tijden van genAI, maar dat dit altijd afhangt van de vraag welk leerdoel de toets evalueert. De stappen die het team heeft genomen in de ontwikkeling van de tool, waren er daarom op gericht, docenten stapsgewijs op hun leerdoelen in relatie tot hun toetsvormen te laten reflecteren en hen daarbij informatie te bieden over de mogelijke impact van genAI.
Concreet worden gebruikers van de tool in de eerste stap gevraagd de leerdoelen van de cursus die ze willen toetsen, in te vullen. Deze koppelen ze aan de bijpassende Dublin Descriptoren, waarna de tool informatie geeft over de uitdagingen en kansen van GenAI op het gebied van deze descriptoren. We hebben voor deze invulling gekozen, zodat gebruikers vanaf stap één de leerdoelen van hun cursus voor ogen hebben, die immers leidend zijn voor de vraag of het gebruik van GenAI nu wel of niet problematisch is bij specifieke toetsvormen. De bestaande toetsvormen vult de gebruiker in stap twee in, gekozen uit een uitputtende lijst van voorkomende toetsvormen in de opleiding. Per toetsvorm krijgt de gebruiker uitgebreide informatie over – en voorbeelden van – de verschillende aspecten waarbij GenAI kan worden gebruikt (brainstormen, schrijven, redigeren, reflecteren, etc.). Vervolgens krijgt de gebruiker de vraag gesteld of deze informatie reden is om te twijfelen of de bestaande toetsvorm de (eerder ingevulde) leerdoelen nog wel toetsen. Indien dit zo is, geeft de tool enige suggesties voor het aanpassen van de toetsvorm om haar GenAI-weerbaarder te maken.
Doel
De tool is nog in ontwikkeling. Het succes zal afhangen van de mate waarin ze behulpzaam blijkt voor docenten in de faculteit. De belangrijkste uitdaging is vooralsnog het bieden van zinvolle alternatieven voor toetsen die vatbaar zijn voor ontoelaatbaar gebruik van genAI. Deze zullen met input van de volledige onderwijzende staf moeten worden aangevuld. Zo is de tool ook ontworpen.
De volgende stap is collega’s de tool in een gecontroleerde omgeving te laten testen. Na eventuele aanpassingen aan de hand daarvan, zal de tool in de faculteit worden verspreid. Belangrijk is dat de tool voorlopig als niet-definitief blijft worden gezien. Inhoudelijke input moet toegevoegd kunnen worden, en zwakke punten in de opbouw van de tool verholpen.
Lessons learned & tips
- Er zijn geen eenduidige antwoorden te geven op de vraag of generatieve AI een probleem is voor specifieke toetsvormen (essay, take-home tentamen) of niet. Dat hangt van de leerdoelen af
- Voor academisch onderwijs zou het fijn zijn om generatieve AI weg te denken, maar dat gaat helaas niet. Wij hebben voor een aanpak gekozen die het gebruik door studenten van genAI veronderstelt (in plaats van te vertrouwen op hun goede wil ervan af te zien) en van daaruit geprobeerd consequenties in kaart te brengen
- Deze reflectietool is bedoeld voor docenten en coördinatoren om op cursusniveau op genAI te reflecteren. Een succesvolle omgang met genAI in het academisch onderwijs is alleen niet altijd (of beter: veelal niet) een kwestie van maatregelen op cursusniveau. Dit vergt beslissingen op programmaniveau of hoger (zoals: de hoeveelheid contacturen, studentvolgsystemen, etc.).
- Zoek de samenwerking. Overal in de universiteit denken collega’s na over de consequenties van genAI voor het academische onderwijs – zowel docenten en beleidsmakers, en zowel binnen departementen, als op facultair en centraal niveau. Een succesvolle universitaire strategie kan alleen bestaan – en dubbel werk voorkomen – als deze initiatieven enigszins worden gestroomlijnd.
Veel is inmiddels te vinden op de centrale UU-pagina’s over GenAI: https://www.uu.nl/onderwijs/kwaliteit-en-innovatie/generatieve-ai en https://intranet.uu.nl/generatieve-ai-in-het-onderwijs/.